Column


IT-jurist Peter van Schelven over...

Intellectuele eigendom en securitywetgeving

Het wemelt in ons land van de wetten en regels op het gebied van security. Veel van die beveiligingsregels staan maatschappelijk volop in de belangstelling, zoals die omtrent de technische en organisatorische security van persoonsgegevens en de meldplichten bij inbreuken op securitymaatregelen. Veel minder publieke belangstelling krijgen daarentegen de regels op het gebied van de technische bescherming van intellectuele eigendom. Toch kennen we ook voor die technische bescherming specifieke wettelijke spelregels. Hier een kort inkijkje in die juridische regels.

Wie tijd en geld steekt in de ontwikkeling of het verhandelen van werken van de menselijke geest, zoals de makers en exploitanten van software, muziek of andere content, wil begrijpelijkerwijs zijn investeringen zoveel mogelijk veilig stellen. Dat is in het belang van de makers en exploitanten, maar ook in het belang van de samenleving als geheel. 

Zonder adequate juridische bescherming zal – zo wordt door velen aangenomen – de bereidheid om in de ontwikkeling en exploitatie te investeren niet groot zijn. Voor talloze bedrijven die overwegend leven van intellectuele eigendom is dat zeker waar. Intellectuele eigendom wordt geacht de innovatie te bevorderen.  

Auteursrechtelijke crisis
Het auteursrecht – een van de belangrijkste poten binnen het veelomvattende terrein van intellectuele eigendom – beoogt tot op grote hoogte te voorzien in die beschermingsbehoefte. Toch weten we sinds jaar en dag dat de juridische spelregels tekortschieten. 

Het internet is een wereldwijde kopieermachine en op bijna onmetelijk grote schaal wordt het auteursrecht van miljoenen mensen dagelijks met voeten getreden. Het gemak waarmee werk van anderen wordt gekopieerd en hergebruikt heeft de kracht van het auteursrecht in de laatste decennia fors ondermijnd. Juristen spreken soms wel van een auteursrechtelijke crisis. 

Programmatuur
In een spastische en bijna symbolische poging om het auteursrechtelijke tij te keren, heeft de wetgever in Europa enige jaren geleden ingezet op de technische beveiliging van auteursrechtelijk beschermde producten. Dat begon voorzichtig in 1991, toen Europa specifiek in de Softwarerichtlijn opnam dat het verboden is om ‘middelen’ op de markt te brengen waarmee de technische beveiliging van programmatuur buiten werking kon worden gesteld. Je moet dan bijvoorbeeld denken aan software waarmee de toegangsbescherming tot andere software gekraakt kan worden.

Die Europese regel is in Nederland in 1994 omgezet in een specifieke strafbepaling in de Auteurswet (art 32a). De bepaling geldt nog steeds, maar er wordt door justitie vrijwel nooit op vervolgd. De strafzaken zijn te tellen op de vingers van één hand.

Deze wettelijke strafbepaling heeft een beperkte strekking. Zij geldt immers alleen voor computerprogramma’s en zegt bijvoorbeeld niets over het maken en het gebruik van dergelijke kraakmiddelen. Het richt zich namelijk alleen op de illegale exploitatie van kraakmiddelen. Die regeling biedt dus niets op het vlak van ‘use control’ en ‘acces control’. De strafbepaling biedt dus geen bescherming tegen software die bijvoorbeeld na een hack wordt buitgemaakt. Kortom, een half ei en een lege dop.

Verbreding technische security
Enige jaren na de Softwarerichtlijn is de Auteurswet in ons land op het punt van de technische security van auteursrechtelijk werk aanzienlijk verbreed. Door de komst van de zogeheten Auteursrechtrichtlijn uit 2001 strekt de juridische bescherming van de security zich inmiddels uit tot alle soorten werken, zoals bijvoorbeeld muziek, films en auteursrechtelijk beschermde ontwerpen, blauwdrukken, et cetera. Dus niet alleen voor software.

Die regeling – vastgelegd in artikel 29a Auteurswet – heeft overigens niet de vorm van een strafbepaling, maar is louter van een civielrechtelijke aard. Dat betekent dat justitie hierin geen rol speelt. Belanghebbenden moeten bij schending zelf naar de rechter stappen en dat is veelal geen sinecure.

Ten tweede worden ook andere schadelijke handelingen rondom de technische beveiliging onrechtmatig verklaard, zoals het produceren van kraakmiddelen, het aanbieden van diensten waarmee de intellectuele eigendom van anderen gekraakt kan worden en zelfs het gebruik van dit soort middelen. Een stevige verbreding van de ‘scope’, maar wie goed naar de wettekst kijkt ziet een mijnenveld vol juridische voetangels en klemmen.

Conclusie: de praktische waarde van de securitywetgeving in de Auteurswet is beperkt. Auteursrechthebbenden en exploitanten hebben van de wet dus niet veel te verwachten.

IT-jurist Mr. Peter van Schelven, BIJ PETER – Wet & Recht, laat wekelijks zijn licht schijnen over een opmerkelijke uitspraak of wetgeving binnen het IT-recht. Heeft u een concrete vraag voor Peter? Dan kunt u mailen naar peter.van.schelven@gmail.com
 
Kijk hier voor de eerdere bijdragen van Peter van Schelven

Verder lezen?

Log in en lees verder of maak hier uw persoonlijk profiel aan en ontvang als eerste het laatste securitynieuws. Speciaal voor u geselecteerd!

Dit veld is verplicht
Vul een geldige e-mailadres in
Dit veld is verplicht