Column


IT-jurist Peter van Schelven over...

Privacywetgeving: meten met twee maten

Afgelopen december is er na zo’n vier jaar onderhandelen in Brussel een akkoord bereikt over een nieuwe privacywet die ergens in de loop van 2018 binnen de gehele Europese Unie moet gaan gelden: de Algemene Verordening Gegevensverwerking (AVG). Deze Europese regelgeving, waarover in 2016 een finaal besluit wordt genomen, maakt in één klap de nationale privacywetten in alle 28 lidstaten van de Europese Unie overbodig, zoals in ons land de Wet bescherming persoonsgegevens.

Wie de compromistekst van de AVG uit december leest, wordt al snel duidelijk dat veel bij het oude blijft, maar dat ook enkele nieuwe regelingen worden ingevoerd. Een belangrijk winstpunt voor bedrijven die in meerdere landen van de Europese Unie opereren, is dat zij na invoering van de AVG met nog maar één nationale toezichthouder te maken krijgen. Het bedrijfsleven klaagt er al jaren over dat de nationale toezichthouders van de diverse lidstaten - wat in ons land de Autoriteit Persoonsgegevens is - vaak niet op één lijn zitten. Dat zorgt ervoor dat bedrijven die binnen Europa grensoverschrijdend persoonsgegevens verwerken in ieder land een ander privacybeleid moeten voeren. De toezichthouder in het ene land, bijvoorbeeld Duitsland, is soms strenger in de leer dan zijn tegenhanger in andere Europese landen. Het Europese bedrijfsleven wordt daarmee voor onnodig hoge implementatiekosten geplaatst.

Verder lezen?

Log in en lees verder of maak hier uw persoonlijk profiel aan en ontvang als eerste het laatste securitynieuws. Speciaal voor u geselecteerd!

Dit veld is verplicht
Vul een geldige e-mailadres in
Dit veld is verplicht