Column


IT-jurist Peter van Schelven over...

Nieuwe privacywet raakt belangenposities

Vorige week vrijdag heeft het ministerie van Veiligheid en Justitie een voorontwerp voor nieuwe Nederlandse privacywetgeving gepubliceerd. De beoogde wet krijgt de weinig aansprekende naam ‘Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming’. Waar gaat dit nieuwe initiatief over?

De Europese wetgever heeft eerder dit jaar nieuwe Europese privacywetgeving aangenomen: de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Daarin vinden we tal van nieuwe Europese spelregels over de omgang met persoonsgegevens.

Bedrijven, overheden en andere publieke instanties – binnen of soms zelfs buiten de Europese Unie – zijn met ingang van 25 mei 2018 gebonden aan deze nieuwe beschermingsregels. Over zo’n anderhalf jaar zullen organisaties dus ‘compliant’ – sterker nog: aantoonbaar ‘compliant’ – moeten zijn met de nieuwe regels.

Ruime publieke aandacht kregen inmiddels de nieuwe verplichtingen op het gebied van PIA’s (Privacy Impact Assessments), privacy by design, privacy by default, dataportabiliteit, bewerkerscontracten en de Europa-brede meldplicht voor datalekken. Vooral de torenhoge boeteregelingen bij schending van de AVG – afhankelijk van de overtreding oplopend tot 20 miljoen euro of vier procent van de wereldwijde jaaromzet van het betrokken bedrijf - domineren de belangstelling voor de AVG.

Nationale kop
Hoewel de AVG bedoeld is als één pan-Europese wet waaraan iedereen direct gebonden is, is het ‘Brussel’ niet gelukt alle regelingen op het gebied van de bescherming van persoonsgegevens in dit ene stuk vast te leggen. Zo zitten bijvoorbeeld de stelsels van sociale zekerheid en belastingen in het ene Europese land anders in elkaar dan in het andere land. Het ligt daarom voor de hand dat – naast en in aanvulling op de AVG – ieder EU-land ook nog specifieke nationale privacywetgeving in het leven roept.

Dat wil de Nederlandse wetgever doen met de genoemde Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming. Men spreekt in dit verband wel van een ‘nationale kop’ op de AVG. Met de voorgenomen introductie van die wet gaat ook de huidige nationale privacywet – de Wet bescherming persoonsgegevens uit 2001 – definitief van tafel.

Publieke consultatie
Het voorontwerp voor de nieuwe wet is op internet gepubliceerd om iedereen in de samenleving in de gelegenheid te stellen daarop te reageren. Deze publieke consultatie staat open tot en met 20 januari 2017.

Omdat de nieuwe wet een grote kring van organisaties raakt, is een omvangrijke inbreng vanuit de Nederlandse samenleving niet uit te sluiten. Ook u kunt met uw inbreng de voorgenomen wet verbeteren.

Privacywaakhond
In de komende wet wordt de positie van de privacywaakhond in ons land, de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), opnieuw geregeld. Weliswaar zegt de AVG al veel over de mogelijkheden die toezichthouders binnen de Europese Unie hebben om bij (dreigende) privacy-inbreuken in te grijpen, maar vergeleken daarmee wordt de bevoegdheid van de AP door de nieuwe wet uitgebreid.

Zo valt in het voorontwerp te lezen dat de AP de bevoegdheid krijgt om een zogeheten last onder dwangsom op te leggen. Wanneer je je niet houdt aan een bindende instructie van de zijde van de AP, dan kan dat direct tot een geldelijke sanctie – een dwangsom – leiden. De dreiging met een dwangsom is iets anders dan de bestuurlijke boetes die al in de AVG staan genoemd. Vergeleken met de AVG wordt het financiële sanctiepakket in Nederland dus uitgebouwd.

Echt spectaculair is dat overigens niet, want ook onder de huidige Wet bescherming persoonsgegevens kan de toezichthouder al met een dwangsom dreigen. Zoiets gebeurt ook wel, zo bijvoorbeeld Google enige tijd terug heeft moeten ervaren. Het bedrijf kreeg een last onder dwangsom opgelegd wegens zijn privacybeleid.

Bijzondere gegevens
Het voorontwerp is vooral interessant voor de omgang met bijzondere persoonsgegevens, zoals gezondheidsgegevens. Op dat vlak worden, om redenen van algemeen belang, zeer ruime mogelijkheden aan verzekeraars gegeven om gezondheidsgegevens van burgers te verwerken. De speelruimte die door de voorgenomen wet aan deze kring van partijen wordt geboden, is vergeleken met de AVG zeer ruim.

Kortom, de nationale wet die er in ons land moet gaan komen, is meer dan een ongezellig technisch-juridisch ‘uitvoeringswetje’. De wet gaat rechtstreeks enkele grote belangenposities raken. Het is daarom zeker niet verkeerd om uw eigen positie aan de komende ‘nationale kop op de AVG’ te toetsen.


Lees meer over