Column


IT-jurist Peter van Schelven over...

Nationale ombudsman deelt privacytik uit

Afgelopen dinsdag heeft de Nationale ombudsman bekendgemaakt uit eigen beweging een onderzoek te starten naar de wijze waarop gemeenten uitvoering geven aan hun taken op het zogeheten sociaal domein. Het onderzoek richt zich op de zorg, de jeugdhulp en de begeleiding van mensen naar arbeid, taken die in het kader van de decentralisatie sinds begin 2015 wettelijk bij gemeenten zijn neergelegd.

Aanleiding voor het onderzoek is de grote hoeveelheid klachten die de Nationale ombudsman inmiddels over het sociaal domein heeft ontvangen. Gemeenten hebben naar het lijkt ook niet altijd duidelijke klachtenprocedures. Het valt te verwachten dat het onderzoek mede ingaat op de vraag hoe de gemeenten de omgang met de gegevens van hun inwoners hebben georganiseerd. Dit onderwerp staat immers volop in de schijnwerpers.

Gebrek aan transparantie
Eerder dit jaar heeft ook al de Autoriteit Persoonsgegevens de resultaten van een onderzoek onder 41 gemeenten gepubliceerd. De conclusie daarvan is dat maar weinig gemeenten ‘compliant’ zijn met de geldende privacywetgeving en dus illegaal met de gegevens van hun inwoners omgaan. Vooral de voorlichting van gemeenten aan hun inwoners over het gebruik van persoonsgegevens schiet fors tekort. Het gebrek aan transparantie ondermijnt niet alleen het vertrouwen in de overheid, het bevordert ook dat mensen hun wettelijke rechten, bijvoorbeeld tot inzage in hun dossiers, niet goed kunnen uitoefenen.

Veel mensen die zeer gevoelige gegevens over hun huishouden en privéleven aan hun gemeente verstrekken zitten niet zelden met talloze onbeantwoorde vragen. ‘Wat komt er precies in mijn dossier terecht als ik een huiskamergesprek voer?’ ‘Mogen wijkteams, ambtenaren en zorgverleners ongebreideld in mijn dossier grasduinen?’ ‘Speelt de gemeente mijn gegevens die ik bij mijn zorgaanvraag heb verstrekt door naar een externe zorginstelling?’ ‘Wordt mij sowieso zorg onthouden als ik niet alle gevraagde gegevens netjes verstrek?’. Er ligt op dit gebied voor vrijwel alle gemeenten nog een wereld te winnen.

AP of ombudsman?
Het is in dit kader goed voor ogen te houden dat iedereen die concrete klachten heeft over de wijze waarop een gemeente met zijn of haar persoonsgegevens omgaat, niet alleen op de privacytoezichthouder, de Autoriteit Persoonsgegevens, is aangewezen. Minder bekend is dat ook een stap naar de Nationale ombudsman het overwegen waard kan zijn. Recente zaken maken immers duidelijk dat ook de Nationale ombudsman bereid is zich intensief met privacyklachten van burgers in te laten. Een wettelijke voorwaarde voor behandeling van een klacht door de Nationale ombudsman is overigens wel dat de burger de klacht eerst aan de betrokken overheidsinstantie zelf moet hebben voorgelegd.

De stap naar de Nationale ombudsman is met name zinvol in die gevallen waarin het draait om de eenvoudige vraag of de gemeente netjes en zorgvuldig met je is omgegaan, los van de dikwijls veel lastigere vraag of de juridische spelregels over de bescherming van persoonsgegevens naar behoren zijn nageleefd. Voor de echt juridische privacyvraagstukken stap je als burger eerder naar de rechter of de Autoriteit Persoonsgegevens, maar voor vragen over het fatsoen van de gemeente ben je bij de Nationale ombudsman aan het goede adres.

Kluitje in het riet
Een voorbeeld van zo’n geval gaf de Nationale ombudsman zo’n twee weken terug, toen hij een rapport publiceerde naar aanleiding van een klacht van een inwoner van de gemeente Utrecht. De betrokkene, die een aanvraag had gedaan voor maatschappelijke ondersteuning, had aan de gemeente per e-mail een reeks specifieke vragen over de omgang en beveiliging van haar persoonsgegevens voorgelegd en daarbij de vrees voor privacyschendende verwerking uitgesproken. De inwoner in kwestie werd echter met een weinigzeggend briefje, waarin in essentie werd geantwoord dat de gemeente de wet netjes naleeft, met een kluitje in het riet gestuurd. De Nationale ombudsman vond deze handelwijze van de gemeente benedenmaats.

Volgens zijn uitspraak had de gemeente op schrift meer gedetailleerd de vragen over de bescherming van de privacy van de klager dienen te beantwoorden en onduidelijkheid daaromtrent dienen weg te nemen. Hij schrijft: “Van de gemeente mocht worden verwacht dat zij liet blijken dat zij begreep dat de inwoner vragen en zorgen had over wat er met vertrouwelijke informatie zou gebeuren. Dit had voor de gemeente aanleiding moeten zijn om de toch wel ingewikkelde materie van verwerking van persoonsgegevens en het beleid van de gemeente daaromtrent duidelijker uit te leggen.”

De klip-en-klare uitspraak van de Nationale ombudsman leert ons dat gemeenten hun burgers ook op privacygebied serieus moeten nemen. Dat noopt tot fatsoenlijk, transparant en open handelen en adequaat inspelen op de zorgen rondom privacybescherming bij individuele burgers.


Lees meer over