Column


IT-jurist Peter van Schelven over...

Google wint privacygeschil van journalist

Onlangs heeft de rechtbank Amsterdam in het voordeel van Google beslist in een opmerkelijke privacyzaak die door een Nederlandse journalist aanhangig was gemaakt. Het goed gemotiveerde vonnis, vorig jaar vlak voor de kerst gewezen, werd pas vorige week donderdag gepubliceerd.

Het geschil waarover de rechtbank moest oordelen, ging over een van de jongste loten van het in Europa geldende privacyrecht: het recht van burgers om verwijdering van hun persoonsgegevens uit de zoekresultaten van een zoekmachine te verlangen. Sommigen spreken in dit verband ook wel van ‘het recht om te worden vergeten’ of van ‘ontgooglen’.

Algemeen gesproken geldt dat niet snel met succes een beroep op dit recht kan worden gedaan. Burgers moeten het veelal dus voor lief nemen dat zij in de zoekresultaten van Google met ongewenste teksten, documenten, foto's en dergelijke vindbaar blijven. Dat gold uiteindelijk ook voor de journalist in kwestie, die door de rechtbank met lege handen naar huis werd gestuurd.

Plagiaat
Waar draaide het in deze rechtszaak om? De betrokken journalist had zich - zo blijkt uit de uitspraak - zo'n zestien jaar geleden in zijn beroepsuitoefening schuldig gemaakt aan plagiaat. In zijn ogen betrof het slechts een lichte en tamelijk onschuldige vorm van plagiaat. NRC-Handelsblad had destijds over de misstap van de journalist bericht en beëindigde de samenwerking met deze freelancer. Het oude NRC-artikel is nog steeds op internet vindbaar en komt in de zoekmachine van Google prominent naar voren. De journalist bracht in de procedure naar voren dat juist de vindbaarheid ervan op internet zijn carrière nog steeds ernstig schaadt. Hij vorderde daarom dat Google de koppeling naar het artikel moest verwijderen. De procedure richtte zich dus niet tegen het NRC-artikel als zodanig. De journalist beriep zich daarbij op het spraakmakende precedent uit mei 2014 van de hoogste Europese rechter in het zogeheten Costeja-arrest. Die Europese uitspraak geeft aan hoe handen en voeten moet worden gegeven aan de uitleg van de bepaling in de privacywetgeving over de verwijdering van persoonsgegevens. Ook de Wet bescherming persoonsgegevens in ons land bevat zo'n bepaling, waarop de journalist zich dus ook beriep.

Belangenafweging
Volgens de Europese rechter komt het aan op een afweging van alle betrokken belangen. Zo is er enerzijds het persoonlijke belang van de betrokken burger en anderzijds het belang van Google op de vrijheid van ondernemerschap en de vrijheid om informatie te verstrekken. Zware betekenis komt ook toe aan het belang van het publiek om met een zoekmachine relevante informatie op het internet te kunnen vinden. De Amsterdamse rechters wogen alle belangen af. Daarbij hebben zij in de onderhavige kwestie grote betekenis toegekend aan het feit dat het niet om persoonsgegevens uit de pure privésfeer ging, maar om gegevens die de beroepsuitoefening betroffen. Dat laatste werd temeer van belang geoordeeld nu de man nog steeds in de journalistieke sector werkt. Potentiële opdrachtgevers moeten desgewenst ook nu nog het professionele verleden van de journalist kunnen nagaan, aldus de rechtbank.

Terughoudendheid
De Amsterdamse uitspraak leert ons dus dat werkgerelateerde gegevens minder makkelijk ‘ontgoogled’ kunnen worden. Een juiste gedachte, zo lijkt mij. De rechtbank meent immers terecht dat met het verwijderen van persoonsgegevens uit de zoekresultaten van Google terughoudend moet worden omgegaan.


Lees meer over