Column


IT-jurist Peter van Schelven over...

Curator met lege handen: geen toegang tot data

Voor een goede bedrijfsvoering is een ongestoorde toegang tot de administratie van het bedrijf nodig. Wat in dit opzicht voor een lopend bedrijf geldt, geldt in zekere zin ook voor een failliet bedrijf.

Een faillissementscurator, belast met de afwikkeling van een faillissement, moet uiteraard toegang hebben tot alle (digitale) data van de administratie van de gefailleerde partij. Daartoe behoort de inkomende en uitgaande post, waaronder de e-mails van de directie en medewerkers van het failliete bedrijf.

Niet eenvoudig
Een recente, interessante uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant gaat over de vraag hoe een curator uitvoering kan geven aan zijn wettelijke plicht om het digitale deel van de administratie van het gefailleerde bedrijf veilig te stellen. Dat is niet altijd eenvoudig, zo blijkt uit een kort geding dat zo’n twee maanden terug op de rails is gezet door de curatoren van vijf failliete BV’s uit het Paradigit-concern.

De desbetreffende bedrijven zijn eerder dit jaar – in februari – failliet verklaard. Een der partijen die door de curatoren in de procedure voor de rechtbank was gedaagd, betrof een aan Paradigit gelieerde vennootschap die echter niet gefailleerd was, maar die wel de toegang tot de administraties van die vijf bedrijven bleek te hebben. Dit bedrijf beschikte namelijk over de servers waarop de administratie van zowel de gefailleerde Paradigit-bedrijven als van de gelieerde, niet gefailleerde bedrijven te vinden was. Die administratie bleek 6 terabyte groot te zijn. Fors dus.

Verwevenheid van e-mailboxen
Het probleem waarvoor de curatoren zich zagen geplaatst, betrof de verwevenheid van de servers van de verschillende vennootschappen. Op de servers stonden zowel de bedrijfsdata van de gefailleerde bedrijven alsook de e-mailboxen van de niet gefailleerde bedrijven en privédocumenten van de directieleden. Het ligt voor de hand dat niet alles wat op die servers te vinden was, voor de ogen van de curatoren bestemd was. De curatoren hebben in juridische zin namelijk geen recht op inzage in data die de faillieten niet betreffen.

Het is daarom begrijpelijk dat de houder van de administraties alleen maar wilde meewerken als de zakelijke e-mailberichten van de niet gefailleerde vennootschappen en de betrokken privépersonen keurig netjes uit het geheel gefilterd konden worden. Wat bleek? Tussen de curator en de houder van de administratie kon, ondanks de tussenkomst van een gerenommeerd securitybedrijf, geen overeenstemming worden bereikt over de precieze filtering. Dat vormde de directe aanleiding voor het kort geding.

Geen onbeperkte toegang
De rechtbank koos in haar vonnis van 28 september partij voor de houder van de administratie. De curatoren hadden dus het nakijken. Het vonnis komt er in de kern op neer dat het niet aan de curatoren is om een onderscheid te maken welke digitale data zij mogen inzien. De e-mailadressen en daaraan verbonden e-mailcorrespondentie van de niet gefailleerde bedrijven zijn, aldus de uitspraak, geen onderdeel van de administratie van de failliete vennootschappen. Dat geldt ook voor privé-e-mailberichten. Anders dan de curatoren hadden bepleit, oordeelt de rechter dus dat de curatoren geen onbeperkte toegang tot de data moeten kunnen krijgen.

De rechtbank motiveert haar beslissing mede vanuit de gedachte dat de verwevenheid van de administraties niet vanuit verkeerde bedoelingen tot stand is gekomen. De rechtbank schrijft daarover: “Niet aannemelijk is geworden dat gedaagden (bewust) met gemeenschappelijke servers hebben gewerkt om onderzoek van curatoren in mogelijke faillissementen te bemoeilijken.”

Lege handen
Het vonnis is niet onbegrijpelijk, maar met het oordeel staan de curatoren wel met lege handen. De rechter frustreert daarmee de uitvoering van hun wettelijke taken. Hoewel de rechtbank er met geen woord op ingaat, is het denkbaar dat die beslissing tevens weinig goeds doet aan de positie van de diverse schuldeisers in het faillissement van Paradigit. Dat ligt niet zozeer aan de wet, als wel aan de technische verwevenheid van e-mailbestanden in een serveromgeving. Het is zeker niet de eerste keer dat rechters worstelen met de complexiteit van ICT-techniek.


Lees meer over