Column


IT-jurist Peter van Schelven over...

Bescherming voor vrijwillige FG's?

Er bestaan data protection officers in veel soorten en maten. Sommigen van deze beroepsgroep hebben een specifieke wettelijke status, de zogeheten Functionaris Gegevensbescherming (FG). Velen die werkzaam zijn in het beroepsveld van de informationele privacy hebben die status niet.

Onder de huidige Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) is het niet verplicht een FG te benoemen, dus dat geschiedt in de regel op basis van vrijwilligheid. Inmiddels werken in ons land enige honderden professionals onder die titel en zijn als zodanig ingeschreven in een openbaar register van de Autoriteit Persoonsgegevens.

De gedachte van de wetgever is dat het de bescherming van informationele privacy ten goede komt als binnen een organisatie of op brancheniveau een FG is benoemd.

Algemene Verordening Gegevensbescherming
Onder de nieuwe Algemene Verordening Gegevensbescherming, de Europese wetgeving waaraan bedrijven en organisaties met ingang van 25 mei 2018 moeten voldoen, ligt een en ander anders. Voor een drietal in de AVG genoemde partijen geldt immers een harde verplichting tot het aanstellen van een FG. Dat zijn met name overheidsinstanties, bedrijven waarvan hun core-business het stelselmatig observeren van personen is en organisaties die op grote schaal bijzondere persoonsgegevens (zoals ras- en gezondheidsgegevens) verwerken. In alle andere gevallen is de aanstelling van een FG onder de AVG vrijwillig.

Met de introductie van een tweedeling tussen de verplichte en niet-verplichte FG dienen zich nieuwe lastige juridische vragen aan. Die vragen lijken door de AVG helaas niet duidelijk te worden beantwoord. Zo valt in de AVG onder meer te lezen dat de superieuren van de FG geen instructies mogen geven over de taakuitoefening van de FG. Het is de vraag of die AVG-regel ook opgaat voor de vrijwillig aangestelde FG. Mag die wel door zijn leidinggevende worden geïnstrueerd? Het is onzeker hoe de AVG hier tegenaan kijkt.

Ontslagbescherming
Iets dergelijks geldt ook voor de arbeidsrechtelijke bescherming van de FG. De Wet bescherming persoonsgegevens zegt dat de FG geen nadeel mag ondervinden bij de uitoefening van zijn taak. In lijn daarmee wordt in het huidige civiele ontslagrecht voor werknemers, zoals geregeld in artikel 7:670 lid 10 van het Burgerlijk Wetboek, aan de FG extra ontslagbescherming toegekend.

Die regeling moet met de komst van de AVG binnenkort zeker worden aangepast. Ik zou hier willen bepleiten dat de Nederlandse wetgever bij die wijziging duidelijk buiten twijfel stelt dat de ontslagbescherming niet alleen wordt gegeven aan de verplichte FG, maar uitdrukkelijk ook aan de niet-verplichte FG. Kortom, er is behoefte aan zoiets als een breed opgezette WBFG: Wet Bescherming Functionaris Gegevensbescherming.

WBFG onmisbaar
Die noodzaak bestaat temeer omdat de taken van de FG onder de AVG aanzienlijk breder zijn en dieper gaan dan onder de Wbp. Zo omvat de toekomstige taak van de FG niet alleen het houden van toezicht op de correcte naleving van de AVG zelf, maar ook op de ‘compliance’ met andere spelregels over de bescherming van persoonsgegevens die in tal van andere wetten zijn vastgelegd, bijvoorbeeld medische wetgeving.

Ook is de FG onder de AVG verplicht om – min of meer autonoom – samen te werken met de toezichthouder, wat in Nederland de Autoriteit Persoonsgegevens is. Er is niet veel fantasie voor nodig om te bedenken dat een FG in die samenwerking dingen kan doen die zijn of haar superieuren wellicht minder prettig vinden. Dan is een goede ontslagbescherming – ook voor de vrijwillig aangestelde FG – geen overbodige luxe. Hoewel de waarde van die ontslagbescherming zeker niet moet worden overdreven, noopt de komst van de AVG niettemin tot meer zekerheid.


Lees meer over